29 september 2017
Landelijk congres Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten
Nieuwe Buitensociëteit Zwolle

Workshops

Workshop ronde 1 

WS1: eHealth bij SOLK: de toekomst is begonnen...
Judith Rosmalen, Universiteit Groningen
Leonard Witkamp, Universiteit Amsterdam
Jan Maarseveen, huisarts, Bilthoven

In de gezondheidszorg wordt steeds meer gebruik gemaakt van eHealth in de diagnostiek en behandeling van een wijd scala aan ziektebeelden. Voorbeelden bij de diagnostiek zijn tele-dermatologie, waarbij door de eerste lijn foto’s ter beoordeling aan een dermatoloog worden voorgelegd, en tele-cardiologie waarbij ECG’s naar een cardioloog worden verstuurd. Voorbeelden met betrekking tot behandeling omvatten eHealth programma’s voor de behandeling van depressie of angstklachten. Het aanbod voor SOLK was tot nu toe beperkt, maar momenteel zijn er allerlei nieuwe eHealth mogelijkheden in ontwikkeling. In deze workshop zal een overzicht worden gegeven van nieuw eHealth aanbod dat al bruikbaar is of in ontwikkeling. Dit betreft systemen zoals Grip op klachten die ondersteunen in de diagnostische fase bij het screenen op psychiatrische morbiditeit, het afnemen en analyseren van dagboeken, en het opstellen van een persoonlijke probleemprofiel met instandhoudende factoren. Tevens wordt er een Tele-SOLK programma ontwikkeld door KSYOS TeleMedisch Centrum, dat door de eerste lijn al in een vroeg stadium kan worden gebruikt voor hulp bij het stellen van de diagnose SOLK met gebruikmaking van specialistische expertise op afstand. Ook in de behandelfase is er aanbod, waaronder online behandeling voor vermoeidheid of pijn. Routine Outcome Monitoring is gebruikelijk in de GGZ, maar nu ook beschikbaar voor patiënten met SOLK behandeld door de huisarts. Andere eHealth mogelijkheden betreffen informatieve websites voor patiënten, en online trainingen voor zorgverleners op het gebied van SOLK. Deze workshop is bestemd voor eerste lijn behandelaars (w.o. huisartsen, verzekeringsartsen, psychologen, fysiotherapeuten) met praktische interesse in diagnostiek en behandeling van SOLK. Om aan deze workshop deel te nemen is het kennisniveau over SOLK niet van belang omdat kennismaken met eHealth mogelijkheden bij SOLK voor zowel beginners als voor gevorderden geschikt is. Ook geïnteresseerden uit de ICT zijn welkom op deze workshop. 

WS2: Klinische relevantie van zelf-compassie voor de behandeling van somatoforme stoornissen
Carola Meijer, psychotherapeut, Altrecht Psychosomatiek Eikenboom, Zeist
Shiva Thorsell, klinisch psycholoog, Altrecht Psychosomatiek Eikenboom, Zeist  

Zelf-compassie is het vermogen om contact te maken met eigen lijden en hier op een accepterende en vriendelijke manier mee om te gaan. Zelf-compassie is een relatief nieuwe term die steeds meer terrein wint in zowel de klinische toepassing als in onderzoek naar somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK). De term zelf-compassie is geïntroduceerd door Kirsten Neff, en behelst drie aspecten; mindfulness, vriendelijkheid naar je zelf en verbondenheid met anderen (Neff 2013). Deze drie componenten van zelfcompassie kunnen een persoon helpen in het omgaan met somatische klachten (Germer & Neff, 2013). Zelf-compassie past goed in de ‘derde generatie’ cognitieve-gedragstherapieën (Bohlmeijer et al 2013) die zich richt op een accepterende, includerende houding ten opzichte van klachten. Uit onderzoek blijkt dat zelf-compassie correleert met o.a. mentale gezondheid, geluk, gezondheidsgedrag en positieve lichaamsbeleving (Neff & Germer, 2015. Speckens, 2015). Onderzoek onder patiënten met somatoforme stoornissen laat zien dat zij significant lager scoren op zelfcompassie dan de algemene Nederlandse populatie (Dewsaran-van der Ven, 2016 ). Gilbert and Irons (2010) veronderstellen dat zelfcompassie het sympathische zenuwstelsel (samenhangend met gevoelens van onveilige gehechtheid en angst) deactiveert. Zelfcompassie daarentegen activeert via het oxytocine-opiaat systeem het zelfkalmeringssysteem (samenhangend met gevoelens van veilige gehechtheid en veiligheid). Neff & Germer (2012) observeren een vermindering van stress na compassietraining. Onze klinische ervaring is dat het vergroten van zelfcompassie leidt tot vermindering van stress-gevoelens, betere zelfzorg en meer acceptatie van klachten.

WS3: Patiëntenparticipatie bij wetenschappelijk onderzoek en kwaliteitsverbetering van de behandeling van onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten
Maarten de Wit, adviseur participatief onderzoek, VU Universiteit, Amsterdam
Lummy Oosterhuis, clientvertegenwoordiger

Deze workshop bestaat uit 3 onderdelen. Deel 1: Een algemene introductie van de basisprincipes van collectieve patiënten- en cliëntenparticipatie in richtlijnontwikkeling, zorgvernieuwing en wetenschappelijk onderzoek. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen diverse patiënt-rollen, met name die van de cliënt of patiënt als samenwerkingspartner. Op basis van de stand van de wetenschap worden de randvoorwaarden voor participatie toegelicht; in het bijzonder wordt stilgestaan bij de noodzaak om wederzijdse verwachtingen af te stemmen en het gewenste niveau van participatie overeen te komen. Daarbij wordt ingegaan op de betekenis van de participatieladder. Deel 2: Persoonlijke ervaring en reflectie van een vertegenwoordiger uit de NOLK-doelgroep. Ingegaan wordt op de voordelen van participatie voor de betrokkenen en voor het project, en de geleerde lessen om samenwerking met professionals succesvol te laten verlopen en schijnparticipatie te voorkomen. Deel 3: Gestructureerde, interactieve discussie en reflectie met de deelnemers aan de hand van een concrete casus. Hierin worden praktische vragen beantwoord zoals: Hoeveel patiënten/cliënten moet ik in mijn project betrekken? Waar vind ik die? Wat mag ik van hen verwachten? Welke ondersteuning moet ik bieden? Welke valkuilen kan ik vermijden en wat moet ik daarvoor doen?

WS4: Sensitisatie: hoe leg ik het uit aan de patiënt?
Carine den Boer, huisarts, kaderarts GGZ, promovendus huisartsgeneeskunde en ouderengeneeskunde VUmc, projectgroep lid zorgstandaard SOLK, Amsterdam
Kate Sitnikova: psycholoog bij OCA, promovendus huisartsgeneeskunde en ouderengeneeskunde VUmc, Amsterdan

Goede uitleg is van groot belang voor acceptatie van de patiënt van de werkhypothese SOLK. De laatste jaren wordt er steeds meer onderzoek gedaan naar de rol van centrale sensitisatie bij chronische pijn en SOLK. In het centrale sensitisatie model, wat tot nu toe vooral wordt gebruikt bij de uitleg van chronische pijn, komen een aantal van de verklaringsmodellen voor SOLK bij elkaar. Ervaring leert dat neurobiologische verklaringsmodellen goed geaccepteerd worden door patiënten.Centrale sensitisatie bestaat uit een aantal elementen:Versterkte prikkelgeleiding in het ruggenmerg. Veranderde prikkelgeleiding in de hersenen, met als belangrijkste gebieden de hersenstam, het limbisch systeem en de cortex.Verstoring in het immuunsysteem, het stress hormoon systeem en het autonome zenuwstelsel. Met het begrip centrale sensitisatie kan de patiënt beter begrijpen waar de klachten vandaan komen, hoe ze in stand gehouden worden en waarom er aan het veranderen van gedachtes, gevoelens en gedrag moet worden gewerkt.Na inventarisatie van de individuele instandhoudende factoren aan de hand van het SCEGS model, kan verdere uitleg over ‘hoe dat dan werkt in het lichaam’ aan de patiënt gebeuren aan de hand van een vicieuze cirkel.


WS5: De ervaringswereld van patiënten met chronische pijn
Lennard Voogt, Hogeschool Rotterdam

Alhoewel chronische pijn een veelvoorkomend gezondheidsprobleem is, is het verbazingwekkend moeilijk om er een precieze voorstelling van te hebben. Pijn wordt in dit opzicht in de literatuur ook wel als ‘onzichtbaar’ gekenschetst. Dit in tegenstelling tot de dominante rol die pijn speelt in de levens van mensen die hier dagelijks mee hebben te kampen.Om een gedetailleerd inzicht te krijgen in het karakter van de ervaringswereld van mensen met chronische pijn is een empirisch-fenomenologisch onderzoek uitgevoerd bij mensen die leiden aan chronisch musculoskeletale pijn. Aan de hand van uitvoerige interviews over hun ervaringen is op methodologisch systematische wijze een beschrijving ontstaan van de zogenaamde ‘karakteristieken’ van deze ervaringswereld. Thema’s die uit de analyse naar voren komen zijn: 1) het lichaam als een onbetrouwbaar deel van het zelf, 2) dynamiek van pijn op een dagelijks niveau, 3) existentiële ondergang (en opkomst) en 4) identiteit.De ervaringswereld van chronische pijn blijkt een zeer bedreigende, onvoorspelbare en verwoestende te zijn. Het is voor hulpverleners van belang om kennis te hebben van de karakteristieken van deze wereld als ze mensen met chronische pijn ontmoeten.Tijdens de workshop wordt een overzicht van de resultaten van dit onderzoek gegeven en wordt de relevantie van dit type onderzoek voor de behandeling van mensen met chronische pijn besproken.

WS6: Dynamische Interpersoonlijke Therapie
Sandra Braam
Pie van Kan
Jackie Scharroo, Klinisch Psycholoog, CWZ, Nijmegen

Workshop voor iedereen die enthousiast is om ernstige SOLK patiënten met een effectieve methode te behandelen.We laten u kennismaken met de manier waarop wij de Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK) leren begrijpen. We hebben op de SOLK poli in het CWZ Nijmegen een uitgebreid behandelprogramma met o.a. dagbehandeling voor ernstige SOLK patiënten. Via de reattributie gaan patiënten meer verbanden zien tussen de lichamelijke klachten, de chronische ontregeling van het stressregulatiesysteem en de levensgeschiedenis (stressoren en copingstijl), die hieraan ten grondslag ligt.Door de jaren heen is duidelijk geworden dat deze ernstige SOLK patiënten qua persoonlijkheid erg op elkaar lijken: zij zijn veelal angstig vermijdend gehecht met een onderliggende borderline persoonlijkheidsstructuur en vertonen cluster C kenmerken. Veel voorkomende zich herhalende relatiepatronen zijn daarbij: ik mag mijn gevoelens niet uiten, ik moet maximaal presteren, ik moet het allemaal alleen doen, de ander is belangrijker, etc. De patronen waarin patiënten vaak terecht komen brengen we in kaart en op basis daarvan komen we tot een focus voor de therapie. We gaan ervan uit dat een ieder zichzelf tegenkomt juist in relatie tot de ander. Dit is een van de redenen waarom wij groepsbehandelingen doen. In de therapie staan we stil bij wat er in jezelf omgaat, hoe de ander je kan beleven en wat er in de ander kan omgaan. Dat is belangrijk omdat het interpreteren van gedragingen helpt om je emotionele reacties te begrijpen: Waarom krijg ik er hoofdpijn van als ze me niet meteen terugbelt? Waarom word ik er misselijk van als ik alles moet slikken?Om de vermijding van moeilijke gevoelens te stoppen en meer naar het lichaam te gaan luisteren, gaan we met het focus aan de slag in een multidisciplinaire SOLK dagbehandeling die bestaat uit psychotherapie, Psychomotorische Therapie, systeemtherapie, fysiotherapie, Aandachtsgerichte Beeldende therapie en sociotherapie. De eerste drie willen we u vandaag laten ervaren.

WS7: De opbouw van energiereserves bij de chronische-pijnpatiënt 
Annemarieke Fleming, gezondheidszorgpsycholoog bij cluster Pijn & Gedrag van Reade en in de eigen praktijk; docent bij RINO en Nederlands Paramedisch Instituut, Amsterdam
Joke Vollebregt, stafarts revalidatie en co-auteur van Pijn & het brein

Tot frustratie van behandelaars levert de behandeling van medisch onvoldoende verklaarde pijn nog te vaak onvoldoende resultaat op. Dit heeft in veel gevallen te maken met de forse vermoeidheid die het merendeel van de chronische-pijnpatiënten parten speelt. Inmiddels is bekend dat deze vermoeidheid/uitputting niet spontaan afneemt met het toenemen van de lichamelijke fitheid, zoals lang is gedacht, en evenmin met afname van de pijnintensiteit. Het verminderen van vermoeidheid verdient aparte aandacht, wil men stagnatie en terugval voorkomen.Met de behandelmethode Opbouw van Reserves (OR) krijgt de behandelaar hiervoor een belangrijke nieuwe tool in handen. Liggende rustmomenten door de dag heen zijn niet langer een ‘no-go-area’. Mits deze rustmomenten niet langer duren dan 20 minuten, en niet korter dan 15 minuten. De behandelervaringen bij Reade, cluster Pijn & Gedrag zijn tot nu toe overwegend positief. En dit terwijl tot nu toe voornamelijk de meer complexe (veelal WPN-4) revalidanten worden geïncludeerd. De symposiumspreker c.q. workshopleider verwacht ten tijde van het Landelijk Congres Onvoldoende Verklaarde Lichamelijke Klachten 2017 de resultaten van de pilot studie die op dit moment loopt bij Reade te kunnen presenteren.Daarnaast en daarenboven is het plan van ondergetekende de OR behandelmethode - rationale, inhoud, individuele metingen en uitvoering - dusdanig voor het voetlicht te brengen dat de symposium- of workshopdeelnemer deze onverwijld zelfstandig in de eigen praktijk ten uitvoer kan brengen, in het belang van de vermoeide c.q. uitgeputte chronische-pijn patiënt. D.w.z. de methode is PRAKTISCH TOEPASBAAR vanaf de eerste werkdag aansluitend aan het NOLK congres op vrijdag 29 september. 

WS8: Moeilijke momenten bij somatiserende patiënten
Sako Visser, Pro Persona GGZ
Michel Reinders, Pro Persona GGZ

De behandeling van somatiserende patiënten gaat regelmatig over hobbelige wegen. Veelal worden deze patiënten gediagnostiseerd als hebbende een somatische symptoom stoornis of ziekteangststoornis. Cognitieve gedragstherapie is hierbij de eerste keus behandeling. Er zijn goede behandelprotocollen beschikbaar, maar dat wil niet zeggen dat iedere behandeling zonder hobbels of moeilijke momenten verloopt.In deze workshop willen we dieper ingaan op deze moeilijke momenten en hoe te handelen. Aan de hand van casuïstiek willen we aandacht besteden aan terugval, de lichaam-geest discussie, verwijzing naar nog een medische specialist en andere therapeutische valkuilen bij deze behandelingen. Dit zal gaan aan de hand van DVD materiaal, rollenspelen en er is veel ruimte voor casuïstiek van de deelnemers.

WS9: Research track 1  

Deze sessie bestaat uit vier onderzoekspresentaties geselecteerd uit ingezonden abstracts (15 min per presentatie). 

De inhoud en samenvattingen vindt u na 1 juli onder het menu item Research Tracks. 

Workshop ronde 2

WS10: Hoe word ik een eCoach? Een therapeutentraining in online cognitieve gedragstherapie voor chronische pijn
Saskia Spillekom-Van Koulil, GZ-therapeut Radboudumc, Nijmegen
Jessy Terpstra, AiO,  therapeut, docent en vakcoördinator op de afdeling Gezondheids-, Medische en Neuropsychologie aan de Universiteit Leiden
Nancy Braam, basispsycholoog bij PsyQ op de afdeling Somatiek en Psyche 

Online cognitieve gedragstherapie (eCGT) is effectief gebleken bij het ondersteunen van zelfmanagement van patiënten met chronische pijn. De nadruk ligt hierbij op het zo optimaal mogelijk leren omgaan met pijn en de gevolgen van pijn in het dagelijks leven. eCGT bestaat gewoonlijk uit modules die door de patiënt thuis worden gemaakt, met ondersteuning en schriftelijke feedback van een therapeut. Het trainen van therapeuten in eCGT-vaardigheden is daarom essentieel. Aan de universiteit Leiden is een 1,5-daagse training ontwikkeld voor "Grip op pijn”; een eCGT programma voor chronische pijn, op basis van belangrijke determinanten voor het implementeren van zorginnovaties. De training is bij 12 GGZ-instellingen in Nederland aangeboden en geëvalueerd op domeinen als acceptatie en intentie tot gebruik. In deze workshop zal eerst het behandelprogramma Grip op pijn gedemonstreerd worden. Vervolgens zal de training en de evaluatie hiervan besproken worden, waarna een getrainde therapeut haar praktijkervaringen met Grip op pijn zal delen. Deelnemers aan de workshop zullen ook zelf kennismaken met het werken met de online behandeling. Er wordt aandacht besteedt aan e-behandelvaardigheden en aan de toepassingsmogelijkheden van online behandeling in de klinische praktijk.

WS11: Perspectief nemen als een vaardigheid bij behandeling van ernstige SOLK
Jaap Spaans, klinisch psycholoog, VGCT supervisor, hoofd van de dag-behandeling bij Altrecht Psychosomatiek Eikenboom, Zeist, TopGGZ afdeling voor ernstige somatoforme stoornissen
Shiva Thorsell, klinisch psycholoog,hoofd van de klinische afdeling van Altrecht Psychosomatiek Eikenboom, Zeist, de TopGGZ afdeling voor ernstige somatoforme stoornissen

Technieken om ‘perspectief nemen’ te bevorderen zijn essentieel voor het proces van mindfulness in acceptatie gerichte therapieën voor ernstige Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijk Klachten ( SOLK). Mindfullness omvat het bewustzijn van het perspectief van waaruit men waarneemt: ‘Ik zit nu op deze stoel en ik neem pijn waar in het linker deel van mijn rug’. Perspectief nemen is de fundamentele cognitieve capaciteit om de wereld vanuit verschillende gezichtspunten te beschouwen (Galinsky et al., 2008). Patiënten met ernstige SOLK kunnen moeite hebben met perspectief nemen wat problemen kan geven bij het aanvaarden van de lichamelijke klachten. In therapie kunnen zij leren hun lichamelijke klachten vanuit verschillende invalshoeken waar te nemen zoals ‘hoe zou mijn vriend reageren als hij deze pijn zou hebben?’ of ‘hoe zal ik me deze vermoeidheid volgende week herinneren?’ Zo leren patiënten dat hun lichamelijke klachten privé ervaringen zijn die zij kunnen waarnemen, verdragen en met een open houding benaderen. Volgens de relational frame theory staan de relationele kaders ‘IK-JIJ’, ‘HIER-DAAR’, ‘NU-TOEN’ centraal in de ontwikkeling van het perspectief nemen (Barnes-Holmes et al., 2004). Perspectief nemen versterkt het bewustzijn waarnemer te zijn van eigen lichamelijke gewaarwordingen, gedachten en emoties (Mw Hughes et al., 2012). Perspectief nemen leert patiënten dat innerlijke ervaringen zoals gedachten (bijv. ‘Ik kan er niet meer tegen’) innerlijke ervaringen zijn die men niet automatisch met bijvoorbeeld vermijdingsgedrag hoeft te volgen. Therapeuten kunnen oefeningen die het perspectief nemen bevorderen gemakkelijk combineren met diverse therapieën voor ernstige SOLK zoals cognitieve gedragstherapie en op acceptatie en mindfulness gebaseerde therapieën. In deze workshop wordt uitgelegd wat perspectief nemen is, wat de theoretische achtergrond is en tal van oefeningen om perspectief te nemen worden gedemonstreerd.

WS12: SOLK Goed Georganiseerd
Matthijs Rumke, SocialFactory 

Zorgprofessionals die te maken hebben mét, of zich specifiek richten óp de behandeling van SOLK zijn over het algemeen sterk gefocust op vakinhoudelijke ontwikkeling. Het aanbod hierin is dan ook inmiddels erg groot. De organisatie van zorg blijft in de praktijk helaas vaak onderbelicht. En dat is helaas niet alleen een probleem voor de zorgaanbieder zelf, maar leidt gemakkelijk tot ineffectieve zorg voor de patiënt. Complexiteit rondom SOLK kenmerkt zich juist mede door het sterk gedifferentieerde aanbod in de gezondheidszorg, in al haar facetten. Het stijgend aantal aanbieders van hulp aan patiënten met OLK vraagt in toenemende mate om een heldere organisatie van zorg. Uitgangspunt hierbij is het ‘stepped care-principe’. Hierbij wordt begonnen met de lichtst mogelijke effectieve vorm van behandeling en pas bij onvoldoende effect wordt er een tweede en zo nodig derde stap aangeboden. Deze benadering impliceert dat professionals en instellingen het effect van hun behandeling regelmatig evalueren en instellingen de zorg op elkaar afstemmen. Maar hoe doe je dat? Zorg op elkaar afstemmen? Hoe ontwikkel je concreet beleid voor zinnige zorg voor deze groeiende doelgroep?

SocialFactory biedt voor zorgaanbieders training aan die dit proces ondersteunt;
• Het ontwikkelen van een gelijkluidend en gemeenschappelijke visie op de doelgroep
• Het "oplijnen” van de vakinhoudelijke kennis en kunde
• Gecombineerd met de plan- en procesmatige organisatie van zorg.

De workshop SOLK Goed Georganiseerd biedt in 45 minuten een preview van deze training en neemt de deelnemers mee in het belang van het koppelen van vakinhoudelijke kennis aan een functioneel zorgproces wat leidt tot kwalitatief betere zorg. 

WS13 Fysiologie-denken 'Het autonome zenuwstelsel paraat'
Marjan Meddens, huisarts op Hypericon, centrum voor eerstelijns integratieve geneeskunde, Nijmegen. Ze is aan de universiteit verbonden als huisartsopleider, en regie-arts-trainer

Bij de diagnose SOLK, heeft de "O” van "onbegrepen”  veeleer betrekking op het begrip van de arts of gezondheidswerker, dan op dat van de patiënt. Bij alle "begrepen” diagnoses immers is het ook de arts die in eerste instantie iets begrijpt. Dit wel of niet begrijpen heeft natuurlijk te maken met de modellen, die wij als gezondheidswerkers hanteren. Meestal gebruiken we het model van somatisch pathologische verklaringen, en deze blijkt tot nog toe niet altijd te voldoen.In deze workshop richten we ons op verklaringen vanuit een fysiologisch model. Dat levert zowel begrip op voor de bestaande symptomen als handvatten voor therapie en beleid. We brengen de werking van het autonome zenuwstelsel in beeld, met name de tweeledigheid daarvan. En de mogelijke disbalans,  gerelateerd aan klachten. Het sympatische deel (werking adrenaline) is voor velen vertrouwd, maar juist aandacht voor het parasympatische deel blijkt daarbij een waardevolle aanvulling.   In de workshop geven we uitleg over deze manier van kijken en werken met behulp van een presentatie die interactief is. Hoe het werkt wordt inzichtelijk gemaakt met een houten schaalmodel, waarop we de balans kunnen weergeven. Er is ruimte om in kleine groepen te oefenen. De workshop biedt inzichten en handvatten voor gevorderden en beginners. De workshop is bij uitstek geschikt voor hulpverleners bij wie somatische klachten gepresenteerd worden.

WS14: Leven met lijden - multidisciplinaire groepsbehandeling Acceptance and Commitment Therapy
Stanneke Lunter is psychiater en werkt sinds 2000 binnen ZGT.
Els Overkemping is psychiatrisch verpleegkundige en werkt sinds 1990 binnen ZGT.
Beide waren betrokken bij het opzetten van de behandelgroep ACT.

Sinds 3 jaar biedt de afdeling psychiatrie van Ziekenhuisgroep Twente (ZGT) een deeltijdbehandeling Acceptance Commitment Therapy, aanvankelijk in 4 en inmiddels in 3 dagdelen per week. Aan de hand van een werkboek wordt in 18 weken stapsgewijs gewerkt aan het erkennen van het lijden, stoppen met vechten, herkennen van cognitieve fusie, opnieuw vaststellen van waarden en het ontwikkelen van waardegerichte actie.
Elk dagdeel therapie bestaat uit een verbaal en een non-verbaal blok. De diverse therapieonderdelen zijn per week gericht op hetzelfde thema, waardoor de oefeningen, onderbouwing en inzichten elkaar versterken.
Deelnemers hebben vaak SOLK, daarnaast is de behandeling is ook geschikt voor andere patiënten met chronische fysieke en/of psychische klachten die zijn uitbehandeld en veel moeite hebben om hun leven opnieuw in te richten passend binnen hun resterende mogelijkheden.
De deelnemer aan de workshop maakt (nader) kennis met ACT als therapievorm, zowel theorie als praktijk en krijgt informatie over groepsgewijze toepassing in deeltijd. Ook zal er een non-verbaal of ervaringsgericht onderdeel in de workshop zitten.


WS15: Sensorimotor psyc, hotherapy bij SOLK: het lichaam vertelt zijn verhaal
Hanneke Kalisvaart, psychomotorisch therapeut en onderzoeker bij Altrecht psychosomatiek, Zeist

Veel patiënten met SOLK hebben een geschiedenis met trauma’s en onveilige gehechtheid. Zij hebben hun coping hier op aangepast en dat leidt soms tot uitgesproken patronen in hun lichaamshouding en bewegingen, waardoor de klachten in stand worden gehouden. Sensorimotor psychotherapy is een methode die vanuit het lichaam de persoonlijke patronen belicht en verbindt aan gedachten, emoties en ervaringen om vervolgens nieuwe, gezondere bewegingen en interactiepatronen te ontwikkelen. In de workshop worden de theoretisch basis van deze methode en de toepassing bij SOLK-patienten belicht en kunnen deelnemers aan den lijve ervaren hoe veel het lichaam vertelt over de belangrijke leermomenten in je leven.

WS16: Globussensatie, een onbegrepen keelklacht
Heleen Grooten, logopedist-onderzoeker, traumatherapeut, Grooten en Selten stemtherapie, Arnhem
Loes Selten, logopedist, docent Manuele Facilitatie van de Larynx, Grooten en Selten stemtherapie, Arnhem

Globussensatie is een gevoel dat er een prop of vernauwing in de keel zit en wordt meestal waargenomen ter hoogte van het strottenhoofd. De klacht is afwezig tijdens slikken van voedsel of vloeistoffen. De klacht komt regelmatig bij 8 % van de bevolking voor (Kollbrunner 2010). De diagnose niet-organische globussensatie wordt gesteld als er door de KNO-arts geen afwijkingen gevonden worden. Globus maakt deel uit van Medically Unexplained Otorhinolaryngological Symptoms (MUORLS). Andere MUORLS zijn o.a.: slikstoornissen, functionele heesheid en chronische hoest (Bayens 2014). Globusklachten werden oorspronkelijk als psychogeen of conversie geduid. Globusklachten gaan vaak gepaard met hypertonie van de bovenste oesophagale sfincter en cricopharyngeaal spasme (Kooijman 2008). De oude term globus hystericus is vervangen door: globus cricopharyngeus.De sprekers passen geruime tijd de behandelmethode Manuele Facilitatie van de Larynx toe, een methode om hypertonie in hoofd/halsgebied op een directe, snelle en effectieve manier te verminderen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van manuele technieken die beogen spieren en structuren in en rond de larynx te ontspannen en te mobiliseren. Door het rekken van spieren ontstaat een nieuwe propriocepsis bij de patiënt, met als gevolg dat de bereikte ontspanning ook buiten de therapie blijft bestaan. Het resultaat voor de patiënt is een gevoel van ruimte, toegenomen beweeglijkheid en sterke vermindering van klachten. Twee tot maximaal 8 behandelingen zijn meestal toereikend. In geval van persisterende klachten, kunnen patiënten angstig blijven omdat ze niet geloven dat deze als ernstig ervaren klacht gebaseerd is op hypertonie van de larynxmusculatuur. De sprekers bieden deze patiënten aansluitend of in combinatie met Manuele Facilitatie van de Larynx oefeningen aan om de verhoogde sympathische arousal en specifieke autonome reacties in het keelgebied te leren reguleren.

WS17: Komt een migrant met SOLK bij de dokter...
Agnes Schrier, psychiater bij i-psy, GGZ instelling voor interculturele psychiatrie, Utrecht

Onbegrip, onmacht, soms zelfs frustratie, liggen op de loer wanneer een SOLK-patiënt een medisch professional (arts, fysiotherapeut, psycholoog) bezoekt. En wanneer deze patiënt ook nog eens afkomstig is uit een andere cultuur dan de Nederlandse meerderheidscultuur, dan wordt het risico dat patiënt en professional elkaar ‘misverstaan’ nog groter.In deze workshop bespreken we de verschillen tussen het dorpsleven waaruit vele migranten afkomstig zijn en de Nederlandse burgermaatschappij. Omgangsvormen en rolpatronen verschillen wezenlijk van elkaar in deze twee samenlevingsvormen. En dit beïnvloedt ook de verwachtingen en gedragingen van migranten wanneer zij op bezoek gaan bij een dokter. Wat zoekt de migranten-patiënt met SOLK: een vriendelijke professional of een professionele vriend?Als werkvormen in deze workshop gebruiken we inbreng van eigen casuïstiek en is er ruimte voor brainstormen. Ten slotte bespreken we hoe inzicht in het verschil tussen de dorpse samenleving en een burgerlijke maatschappij kan helpen om problemen in de relatie tussen professional en migranten-patiënt beter te begrijpen. En hoe kunnen we dit inzicht toepassen in de dagelijkse behandelpraktijk?

WS18: Research track 2
Deze sessie bestaat uit vier onderzoekspresentaties geselecteerd uit ingezonden abstracts (15 min per presentatie). 

De inhoud en samenvattingen vindt u na 1 juli onder het menu item Research Tracks.